Insuline is het sleutelhormoon dat suiker uit het bloed de cellen in brengt. Bij insulineresistentie reageren de cellen minder op deze sleutel en maakt de alvleesklier meer insuline om dat te compenseren. Dit kan jarenlang zonder klachten verlopen.
Afspraak en contact
Insuline is een hormoon uit de bètacellen van de alvleesklier. De afgifte stijgt als de bloedsuiker na een maaltijd oploopt en daalt tijdens vasten. Het bepaalt hoe de energie uit voeding wordt gebruikt en opgeslagen.
Na een maaltijd gebruiken de spieren het grootste deel van de suiker in het bloed, en suiker heeft insuline nodig om de spiercel in te komen. In de lever stopt insuline de suikeraanmaak en laat het teveel opslaan als glycogeen. In vetweefsel remt het de afbraak van vet en de afgifte ervan aan het bloed.
De insuline die na het eten vrijkomt, vertelt het lichaam energie op te slaan in plaats van te verbruiken. Tijdens vasten daalt de spiegel en worden de voorraden aangesproken.
Bloedsuiker normaal, insuline hoog.
Spier-, lever- en vetcellen reageren minder op het insulinesignaal. De spier neemt minder suiker op, de lever blijft suiker maken en het vetweefsel geeft vetzuren af aan het bloed. De alvleesklier maakt meer insuline om dit te compenseren. Zo kan de bloedsuiker lang normaal lijken, terwijl de insulinespiegel hoog is. Als de bètacellen deze last na jaren niet meer kunnen dragen, stijgt de bloedsuiker: eerst prediabetes, daarna diabetes type 2.

Diabetes in de familie en een hogere leeftijd verhogen het risico ook. Corticosteroïden en een teveel aan cortisol kunnen eveneens insulineresistentie veroorzaken.
Insulineresistentie hangt nauw samen met diabetes type 2, hoge bloeddruk, verstoorde bloedvetten (hoge triglyceriden, laag HDL), leververvetting en aderverkalking (atherosclerose). Dit samengaan heet ook "metabool syndroom". Het is belangrijk voor de vaten, omdat het de basis legt voor etalagebenen en een hartinfarct.
De eerste aanwijzing is vaak de buikomvang. Bij routinebloedonderzoek wordt gekeken naar nuchtere bloedsuiker, HbA1c, triglyceriden en HDL-cholesterol. Bij sommige mensen ontstaat donkere, fluweelachtige huid in de nek en de oksels (acanthosis nigricans).
De HOMA-IR-index, berekend uit nuchtere suiker en nuchtere insuline, wordt veel gebruikt in onderzoek. De waarde verschilt per laboratorium, dus op zichzelf stelt hij geen diagnose.
Bij 3.234 mensen met prediabetes verlaagde een leefstijlprogramma de overgang naar diabetes type 2 met
0%
. Met metformine was de daling 31%.
Doelen waren minstens 7% gewichtsverlies en minstens 150 minuten lichaamsbeweging per week; gemiddelde follow-up ongeveer 3 jaar.
Knowler WC et al. Reduction in the incidence of type 2 diabetes with lifestyle intervention or metformin.
N Engl J Med 2002;346(6):393-403. doi:10.1056/NEJMoa012512
Deze pagina is alleen ter informatie; diagnose en behandeling vereisen een onderzoek.